|
Wij testen onze ouderkatten op
HCM - PKD - PL - Snaptest ( Felv/Fiv - SMA.
Echter geeft het nooit de zekerheid dat een poes
deze genoemde ziektes ook niet krijgt.
Het is en blijft altijd een moment opname.
Garantie is helaas niet te geven.
Een kitten uit 2 gezonde en geteste ouders, word
bij ons niet meer op PKD en SMA getest.
Dit omdat via de SMA Dna test negatief
word gegeven ( betekent geen SMA ) de
kittens daarvan ook vrij zijn van SMA.
PKD : uit 2 gezonde ouders met een goede
PKD uitslag , Zal het kitten ook geen PKD
hebben.
Wij trachten uitsluitend en alleen met negatief
geteste ouders te fokken.
Vandaar dat de kittens daaruit en bij ons in de
fok gebruikt gaan worden niet meer getest gaan
worden op de pkd en sma!
Wij willen ook over gaan om niet alleen hcm en
pkd te gaan testen, maar het gehele hart
en nieren.
Zo kunnen ook eventueel andere hart en nier
aandoeningen opgespoord worden.

De Testen:
HCM is de afkorting
voor Hypertrofische CardioMyopathie. Dit is een
aandoening van de hartspier, die gekenmerkt wordt door
het dikker worden van de hartspier. Deze aandoening kan
zowel verkregen zijn (bijv. door een te hard werkende
schildklier) maar ook erfelijk.
De erfelijke vorm van HCM leidt meestal al op jonge
leeftijd tot problemen (<2 jaar), maar ook kennen we
katten die een geleidelijker ziekteverloop hebben. Bij
de erfelijke HCM zijn de spiervezels op microscopisch
niveau afwijkend en functioneren niet normaal.
Uiteindelijk leidt dit tot een gestoorde werking van het
hart. Katten kunnen symptomen ontwikkelen als
benauwdheid, slecht eten, vermageren en
achterhandsverlamming, maar ook acute sterfte komt
regelmatig voor.
Bij de Maine Coon is al redelijk wat onderzoek gedaan en
hier lijkt HCM dominant over te erven. Of dit bij andere
katten en bij alle Maine Coons zo is, weten we niet.
Waarschijnlijk zijn er, in analogie naar de mens,
meerdere genen die HCM kunnen veroorzaken.

HCM kan bij alle raskatten
voorkomen. "Bekende rassen" zijn o.a. de Maine Coon,
Brits Korthaar en Ragdoll. Echter ook bij andere rassen
komt het voor, maar omdat daar vaak nog beperkt getest
wordt en ook niet altijd sectie wordt gedaan, is hier
nog weinig informatie over beschikbaar.
HCM kan opgespoord worden met een echografisch
onderzoek. Als er geen aanwijzingen zijn voor HCM,
spreekt men van een negatieve test. Niet alle dieren
ontwikkelen HCM al op jonge leeftijd. Hoe ouder de kat
is bij een test, des te meer waarde heeft een negatieve
test. Het meest ideale zou daarom zijn om ouders,
grootouders en overgrootouders te testen. Een negatieve
test (normaalbeeld) is dus helaas geen garantie voor "HCM
vrij" zijn.
Daarnaast moet zoveel mogelijk sectie gedaan worden bij
katten die onverwachts overlijden. Op deze manier moet
het mogelijk zijn om het voorkomen in bepaalde lijnen in
kaart te brengen.
Voor dieren waar actief mee wordt gefokt, geldt een
advies om de HCM test jaarlijks te herhalen. Voor dieren
die niet meer actief in de fok zijn, maar wel
nakomelingen hebben, is het advies 2-jaarlijks testen.
Ook HCM testen dienen te worden uitgevoerd door een
ervaren onderzoeker met goede apparatuur (een apparaat
met mogelijkheid tot Doppler onderzoek heeft de
voorkeur). In dierenkliniek Wilhelminalinde gebeurt ook
dit onderzoek door Melinda Schmidt.

PKD is een afkorting van
Polycystic Kidney Disease. Dit is een erfelijke
aandoening die bij katten voorkomt. Bij dieren die deze
afwijking hebben, zijn in beide nieren meerdere cysten
(=holtes met vloeistof) aanwezig. Kenmerkend is dat
zowel het aantal cysten, als de omvang van de cysten
toeneemt met de leeftijd.
Klachten ontstaan dan ook meestal pas op
middelbare-oudere leeftijd. Dan pas zijn er zoveel
cysten en zulke grote cysten dat het normale nierweefsel
in zijn functie tekort gaat schieten. Er ontstaan dan
symptomen als veel drinken en plassen, slecht eten,
vermageren, braken.
Er zijn duidelijke verschillen tussen de rassen. Bij de
Perzische kat komt PKD het meeste voor (naar schatting
heeft in Nederland ongeveer 1/3 van de Perzen populatie
deze aandoening). Maar ook bij rassen waar Perzen in
zijn gefokt, zoals bijv. Britse Korthaar, komt PKD voor.
PKD erft dominant over. De meest betrouwbare test op
dit moment is een echografisch onderzoek. De minimum
leeftijd is 6 maanden. D.w.z., men
kan wel eerder testen, maar bij een PKD negatieve
uitslag, heeft dit nog beperkte waarde. Het onderzoek
moet dan ook herhaald worden. Vanaf een leeftijd van 10
maanden is de betrouwbaarheid van een echo onderzoek
ongeveer 95%. Een PKD onderzoek hoeft in principe niet
herhaald te worden (tenzij de uitslag niet eenduidig is,
of indien het dier jonger is dan 6 maanden).
Voor een betrouwbare PKD uitslag is het van essentieel
belang dat dit onderzoek wordt uitgevoerd met een
kwalitatief goed echo apparaat (om ook hele kleine
cysten van bijv. 1 mm doorsnee te kunnen zien) én door
een deskundig persoon met voldoende ervaring. In
Nederland is afgesproken, dat dit onderzoek daarom
alleen bij erkende specialisten veterinaire radiologie
uitgevoerd dient te worden.
In dierenkliniek Wilhelminalinde wordt PKD onderzoek
uitgevoerd door Melinda Schmidt. Katten die dit
onderzoek ondergaan worden op een speciaal kussen gelegd
in rugligging. Er wordt een klein stukje van de buikhuid
geschoren (bij langhaar rassen lukt het soms zonder
scheren, bijv. als er binnenkort geshowd moet worden met
de kat). Er wordt gel op de huid aangebracht en dan
wordt het onderzoek uitgevoerd. Dit duurt ongeveer 10
minuten. De schriftelijke uitslag krijgt u direct mee.
Voor het onderzoek moet de kat nuchter zijn (12 uur niet
eten, wel drinken) en u moet een kopie van de stamboom
meenemen

Felv/Fiv: ( Snaptest)
Het FeLV-virus
Dit virus is de verwekker van kattenleucose.
Katten die het virus onder de leden hebben, scheiden het
uit via speeksel, urine, ontlasting, en zogende katten
via de melk. Het is voor andere katten zeer
besmettelijk, vooral jonge katten zijn gevoelig. Het
virus overleeft echter niet lang in de omgeving van de
geïnfecteerde kat. Wassen met zeep is al voldoende om
het virus onschadelijk te maken. Gelukkig hebben ze
nooit kunnen aantonen dat het virus ook besmettelijk is
voor mensen.
De diagnose leucose wordt gesteld door middel van een
bloedonderzoek. Zo'n bloedonderzoek moet na 3 maanden
herhaald worden. Dit heeft te maken met een
incubatietijd van het virus, en omdat een positieve test
(dat wil zeggen dat het virus in het bloed zit) na 3
maanden toch weer negatief kan worden. De weerstand van
de besmette kat kan in een aantal gevallen het virus
zodanig aanpakken, dat het weer verdwijnt. Als het bloed
echter na 3 maanden nog steeds positief is, dan blijft
de kat jammer genoeg voor de rest van zijn of haar leven
positief.
De meeste katten worden binnen 1 tot 3 jaar na
besmetting ziek. Ze kunnen allerlei verschillende
symptomen krijgen waar nog best wel het een en ander aan
gedaan kan worden. Hoelang ze overleven hangt van hun
eigen weerstand, hun omgeving en de behandelingen die ze
krijgen af. Dat betekent dat ze na het stellen van de
diagnose nog best wel een tijd een plezierig leven
kunnen hebben. Gezonde katten kun je enten met een
entstof tegen leucose. Dit vaccin beschermt helaas niet
100%.
Het FIV-virus
Dit virus is de verwekker van kattenaids.
Het virus wordt vrijwel alleen overgebracht via
bloedcontact, dus katten die veel met andere
buitenkatten vechten lopen het risico besmet te worden.
Ook een positieve kater die een poes dekt, kan via
vastbijten in het nekvel de poes besmetten.
De diagnose 'aids' wordt ook door middel van een
bloedonderzoek vastgesteld. Dit bloedonderzoek kun je
makkelijk combineren met het nakijken op leucose. Omdat
het ook zo'n twee maanden kan duren voor er antistoffen
in het bloed aangetoond kunnen worden, moet dit
bloedonderzoek ook tweemaal gedaan worden als de eerste
uitslag negatief is. Helaas, een kat die eenmaal
positief is voor aids blijft positief, daar kan zijn of
haar weerstand niets meer aan veranderen.
Een positieve kat kan echter ook nog heel wat gezonde
jaren hebben met weinig of geen klachten. Worden ze
tenslotte ziek omdat hun weerstand afneemt (net als
mensen die aids hebben), dan nog kun je ze met een goede
verzorging nog best een heel behoorlijk laatste stuk
leven bieden.
Ook tegen aids bestaat entstof, maar ook deze beschermt
zeker geen 100% en na enting is een bloedtest op
antistoffen niet meer betrouwbaar.
Patella Luxatie:
Patella Luxatie
is een erfelijke afwijking die zich kenmerkt doordat
de knieschijven niet vast genoeg op hun plaats worden
gehouden en soms los schieten.
Er bestaan verschillende gradaties in. Afhankelijk van de
ernst van deze situatie kan de kat hieraan geopereerd
worden.
Preventief kunnen katten hierop getest worden. Het feit dat
beide ouders getest en goedgekeurd zijn, is helaas geen
garantie dat een kitten uit deze combinatie geen patella
luxatie kan krijgen omdat deze afwijking polygenetisch
vererft. Dit houdt in dat niet één gen alleen, maar een
groep van dezelfde , “zwakkere” genen hier een rol speelt.
Pas als een bepaalde “groepsgrootte” is bereikt, wordt het
effect zichtbaar . Dat verklaart waarom de ouders deze
eigenschap soms niet tonen en het kitten met de (optel)som
van hun genen wel.
(met dank aan de RMC, werkgroep Fok & Advies)

Spinale Musculaire Atrofie (SMA)
SMA is een autosomaal recessieve aandoening, waarbij de zenuwcellen die de skeletspieren aansturen, afsterven. Hierdoor ontstaat spierzwakte die voor het eerst zichtbaar wordt op een leeftijd van 3-4 maanden. De kittens gaan moeilijker lopen en krijgen moeite met springen. Ze hebben echter geen pijn. Er zijn op dit moment katten van 9 jaar nog in leven met deze aandoening.
Autosomaal recessief
Autosomaal wil zeggen niet geslachtsgebonden, dus het kan zowel bij katers als poezen optreden. Recessief is het tegenovergestelde van dominant. Een kitten hoeft het gen voor een dominante eigenschap maar van één ouder mee te krijgen om de eigenschap al te hebben. Bij een eigenschap die de gezondheid betreft (zoals een erfelijke ziekte), betekent dit dat het kitten aan deze ziekte lijdt. Bij een recessieve eigenschap kun je het defecte gen bij je dragen zonder dat je ziek wordt: je wordt dan een “drager” genoemd. Dit is aan de buitenkant niet zichtbaar. Pas als je twee dragers met elkaar kruist en allebei de ouders het gen voor de recessieve eigenschap aan een kitten doorgeven, wordt het kitten ziek en wordt deze eigenschap dus zichtbaar. Een recessieve aandoening kan zich dus gemakkelijk in een populatie verspreiden zonder dat je het merkt. Dit is dus bij SMA het geval.
Het gevaar van SMA
Omdat SMA een recessieve aandoening is, kan een Maine Coon drager zijn zonder dat iemand dit weet. Deze kat kan het recessieve gen doorgeven aan vele nakomelingen, ook weer zonder dat dit bekend wordt, zolang de kat maar gekruist wordt met een kat die geen drager is (en natuurlijk ook geen lijder aan de ziekte is). Het gezonde gen van de ene ouder zorgt ervoor dat het kitten de ziekte niet krijgt. Aandoeningen die recessief vererven, zullen pas optreden op het moment dat de verspreiding van het gen in een populatie groot is, dus als er al veel dragers zijn. De kans dat twee dragers met elkaar gepaard worden, is dan namelijk ook groot. Met het aantal importen dat er plaatsvindt in Nederland is het onwaarschijnlijk dat het gen voor SMA niet in Nederland voorkomt. Met de nu ontwikkelde DNA-test kan vastgesteld worden of een kat drager is van dit gen en kunnen maatregelen getroffen worden om kittens met SMA te voorkomen. Dit betekent dat we nu de kans hebben een belangrijke bijdrage te leveren aan het behoud van een gezond en fantastisch kattenras, de Maine Coon!
Bron: Rasclub Maine Coon |