Op bezoek bij de Dierenarts

Gezondheid van de kat : Het is belangrijk om uw kat goed in de gaten te houden. Heeft u het vermoeden dat u kat niet lekker in zijn vel zit, wacht dan niet te lang om naar een dierenarts te gaan!


Katten kunnen u voor de gek houden, door niets te laten merken van pijn of andere ongemakken.

 

Allard Hendriks met kitten Brendon
Dierenarts Allard Hendriks
met kitten Brendon ..     

 

 

 

 

 

 

         Linken naar gezondheid site's

 

 

Wij testen onze ouderkatten op HCM - PKD - PL -  Snaptest ( Felv/Fiv - SMA.

Echter geeft het nooit de zekerheid dat een poes deze genoemde ziektes ook niet krijgt.
Het is en blijft altijd een moment opname.
Garantie is helaas niet te geven.

Een kitten uit 2 gezonde en geteste ouders, word bij ons niet meer op PKD  en SMA getest.
Dit omdat via de SMA Dna test  negatief word gegeven ( betekent geen SMA )  de kittens daarvan ook vrij zijn van SMA.
PKD  : uit 2 gezonde ouders met een goede PKD uitslag , Zal het kitten ook geen PKD hebben.
Wij trachten uitsluitend en alleen met negatief geteste ouders te fokken.
Vandaar dat de kittens daaruit en bij ons in de fok gebruikt gaan worden niet meer getest gaan worden op de pkd en sma!

Wij willen ook over gaan om niet alleen hcm en pkd te gaan testen, maar  het gehele hart en nieren.
Zo kunnen ook eventueel andere hart en nier aandoeningen opgespoord worden.

 

De Testen:

HCM is de afkorting voor Hypertrofische CardioMyopathie. Dit is een aandoening van de hartspier, die gekenmerkt wordt door het dikker worden van de hartspier. Deze aandoening kan zowel verkregen zijn (bijv. door een te hard werkende schildklier) maar ook erfelijk.
De erfelijke vorm van HCM leidt meestal al op jonge leeftijd tot problemen (<2 jaar), maar ook kennen we katten die een geleidelijker ziekteverloop hebben. Bij de erfelijke HCM zijn de spiervezels op microscopisch niveau afwijkend en functioneren niet normaal. Uiteindelijk leidt dit tot een gestoorde werking van het hart. Katten kunnen symptomen ontwikkelen als benauwdheid, slecht eten, vermageren en achterhandsverlamming, maar ook acute sterfte komt regelmatig voor.
Bij de Maine Coon is al redelijk wat onderzoek gedaan en hier lijkt HCM dominant over te erven. Of dit bij andere katten en bij alle Maine Coons zo is, weten we niet. Waarschijnlijk zijn er, in analogie naar de mens, meerdere genen die HCM kunnen veroorzaken.

 

HCM kan bij alle raskatten voorkomen. "Bekende rassen" zijn o.a. de Maine Coon, Brits Korthaar en Ragdoll. Echter ook bij andere rassen komt het voor, maar omdat daar vaak nog beperkt getest wordt en ook niet altijd sectie wordt gedaan, is hier nog weinig informatie over beschikbaar.
HCM kan opgespoord worden met een echografisch onderzoek. Als er geen aanwijzingen zijn voor HCM, spreekt men van een negatieve test. Niet alle dieren ontwikkelen HCM al op jonge leeftijd. Hoe ouder de kat is bij een test, des te meer waarde heeft een negatieve test. Het meest ideale zou daarom zijn om ouders, grootouders en overgrootouders te testen. Een negatieve test (normaalbeeld) is dus helaas geen garantie voor "HCM vrij" zijn.
Daarnaast moet zoveel mogelijk sectie gedaan worden bij katten die onverwachts overlijden. Op deze manier moet het mogelijk zijn om het voorkomen in bepaalde lijnen in kaart te brengen.
Voor dieren waar actief mee wordt gefokt, geldt een advies om de HCM test jaarlijks te herhalen. Voor dieren die niet meer actief in de fok zijn, maar wel nakomelingen hebben, is het advies 2-jaarlijks testen.
Ook HCM testen dienen te worden uitgevoerd door een ervaren onderzoeker met goede apparatuur (een apparaat met mogelijkheid tot Doppler onderzoek heeft de voorkeur). In dierenkliniek Wilhelminalinde gebeurt ook dit onderzoek door Melinda Schmidt.

 

PKD is een afkorting van Polycystic Kidney Disease. Dit is een erfelijke aandoening die bij katten voorkomt. Bij dieren die deze afwijking hebben, zijn in beide nieren meerdere cysten (=holtes met vloeistof) aanwezig. Kenmerkend is dat zowel het aantal cysten, als de omvang van de cysten toeneemt met de leeftijd.
Klachten ontstaan dan ook meestal pas op middelbare-oudere leeftijd. Dan pas zijn er zoveel cysten en zulke grote cysten dat het normale nierweefsel in zijn functie tekort gaat schieten. Er ontstaan dan symptomen als veel drinken en plassen, slecht eten, vermageren, braken.
Er zijn duidelijke verschillen tussen de rassen. Bij de Perzische kat komt PKD het meeste voor (naar schatting heeft in Nederland ongeveer 1/3 van de Perzen populatie deze aandoening). Maar ook bij rassen waar Perzen in zijn gefokt, zoals bijv. Britse Korthaar, komt PKD voor.

PKD erft dominant over. De meest betrouwbare test op dit moment is een echografisch onderzoek. De minimum leeftijd is 6 maanden. D.w.z., men kan wel eerder testen, maar bij een PKD negatieve uitslag, heeft dit nog beperkte waarde. Het onderzoek moet dan ook herhaald worden. Vanaf een leeftijd van 10 maanden is de betrouwbaarheid van een echo onderzoek ongeveer 95%. Een PKD onderzoek hoeft in principe niet herhaald te worden (tenzij de uitslag niet eenduidig is, of indien het dier jonger is dan 6 maanden).
Voor een betrouwbare PKD uitslag is het van essentieel belang dat dit onderzoek wordt uitgevoerd met een kwalitatief goed echo apparaat (om ook hele kleine cysten van bijv. 1 mm doorsnee te kunnen zien) én door een deskundig persoon met voldoende ervaring. In Nederland is afgesproken, dat dit onderzoek daarom alleen bij erkende specialisten veterinaire radiologie uitgevoerd dient te worden.
In dierenkliniek Wilhelminalinde wordt PKD onderzoek uitgevoerd door Melinda Schmidt. Katten die dit onderzoek ondergaan worden op een speciaal kussen gelegd in rugligging. Er wordt een klein stukje van de buikhuid geschoren (bij langhaar rassen lukt het soms zonder scheren, bijv. als er binnenkort geshowd moet worden met de kat). Er wordt gel op de huid aangebracht en dan wordt het onderzoek uitgevoerd. Dit duurt ongeveer 10 minuten. De schriftelijke uitslag krijgt u direct mee. Voor het onderzoek moet de kat nuchter zijn (12 uur niet eten, wel drinken) en u moet een kopie van de stamboom meenemen

    

                                                 

Felv/Fiv: ( Snaptest)
Het FeLV-virus
Dit virus is de verwekker van kattenleucose.
Katten die het virus onder de leden hebben, scheiden het uit via speeksel, urine, ontlasting, en zogende katten via de melk. Het is voor andere katten zeer besmettelijk, vooral jonge katten zijn gevoelig. Het virus overleeft echter niet lang in de omgeving van de geïnfecteerde kat. Wassen met zeep is al voldoende om het virus onschadelijk te maken. Gelukkig hebben ze nooit kunnen aantonen dat het virus ook besmettelijk is voor mensen.
De diagnose leucose wordt gesteld door middel van een bloedonderzoek. Zo'n bloedonderzoek moet na 3 maanden herhaald worden. Dit heeft te maken met een incubatietijd van het virus, en omdat een positieve test (dat wil zeggen dat het virus in het bloed zit) na 3 maanden toch weer negatief kan worden. De weerstand van de besmette kat kan in een aantal gevallen het virus zodanig aanpakken, dat het weer verdwijnt. Als het bloed echter na 3 maanden nog steeds positief is, dan blijft de kat jammer genoeg voor de rest van zijn of haar leven positief.
De meeste katten worden binnen 1 tot 3 jaar na besmetting ziek. Ze kunnen allerlei verschillende symptomen krijgen waar nog best wel het een en ander aan gedaan kan worden. Hoelang ze overleven hangt van hun eigen weerstand, hun omgeving en de behandelingen die ze krijgen af. Dat betekent dat ze na het stellen van de diagnose nog best wel een tijd een plezierig leven kunnen hebben. Gezonde katten kun je enten met een entstof tegen leucose. Dit vaccin beschermt helaas niet 100%.

Het FIV-virus
Dit virus is de verwekker van kattenaids.
Het virus wordt vrijwel alleen overgebracht via bloedcontact, dus katten die veel met andere buitenkatten vechten lopen het risico besmet te worden. Ook een positieve kater die een poes dekt, kan via vastbijten in het nekvel de poes besmetten.
De diagnose 'aids' wordt ook door middel van een bloedonderzoek vastgesteld. Dit bloedonderzoek kun je makkelijk combineren met het nakijken op leucose. Omdat het ook zo'n twee maanden kan duren voor er antistoffen in het bloed aangetoond kunnen worden, moet dit bloedonderzoek ook tweemaal gedaan worden als de eerste uitslag negatief is. Helaas, een kat die eenmaal positief is voor aids blijft positief, daar kan zijn of haar weerstand niets meer aan veranderen.
Een positieve kat kan echter ook nog heel wat gezonde jaren hebben met weinig of geen klachten. Worden ze tenslotte ziek omdat hun weerstand afneemt (net als mensen die aids hebben), dan nog kun je ze met een goede verzorging nog best een heel behoorlijk laatste stuk leven bieden.
Ook tegen aids bestaat entstof, maar ook deze beschermt zeker geen 100% en na enting is een bloedtest op antistoffen niet meer betrouwbaar.


                                                                               
                                                                                     

Patella Luxatie:
P
atella Luxatie is een erfelijke afwijking die zich kenmerkt doordat de knieschijven niet vast genoeg op hun plaats worden gehouden en soms los schieten.
Er bestaan verschillende gradaties in. Afhankelijk van de ernst van deze situatie kan de kat hieraan geopereerd worden.
Preventief kunnen katten hierop getest worden. Het feit dat beide ouders getest en goedgekeurd zijn, is helaas geen garantie dat een kitten uit deze combinatie geen patella luxatie kan krijgen omdat deze afwijking polygenetisch vererft. Dit houdt in dat niet één gen alleen, maar een groep van dezelfde , “zwakkere” genen hier een rol speelt. Pas als een bepaalde “groepsgrootte” is bereikt, wordt het effect zichtbaar . Dat verklaart waarom de ouders deze eigenschap soms niet tonen en het kitten met de (optel)som van hun genen wel.
(met dank aan de RMC, werkgroep Fok & Advies)

                                                                                                  

Spinale Musculaire Atrofie (SMA)
SMA is een autosomaal recessieve aandoening, waarbij de zenuwcellen die de skeletspieren aansturen, afsterven. Hierdoor ontstaat spierzwakte die voor het eerst zichtbaar wordt op een leeftijd van 3-4 maanden. De kittens gaan moeilijker lopen en krijgen moeite met springen. Ze hebben echter geen pijn. Er zijn op dit moment katten van 9 jaar nog in leven met deze aandoening.

Autosomaal recessief
Autosomaal wil zeggen niet geslachtsgebonden, dus het kan zowel bij katers als poezen optreden. Recessief is het tegenovergestelde van dominant. Een kitten hoeft het gen voor een dominante eigenschap maar van één ouder mee te krijgen om de eigenschap al te hebben. Bij een eigenschap die de gezondheid betreft (zoals een erfelijke ziekte), betekent dit dat het kitten aan deze ziekte lijdt. Bij een recessieve eigenschap kun je het defecte gen bij je dragen zonder dat je ziek wordt: je wordt dan een “drager” genoemd. Dit is aan de buitenkant niet zichtbaar. Pas als je twee dragers met elkaar kruist en allebei de ouders het gen voor de recessieve eigenschap aan een kitten doorgeven, wordt het kitten ziek en wordt deze eigenschap dus zichtbaar. Een recessieve aandoening kan zich dus gemakkelijk in een populatie verspreiden zonder dat je het merkt. Dit is dus bij SMA het geval.

Het gevaar van SMA

Omdat SMA een recessieve aandoening is, kan een Maine Coon drager zijn zonder dat iemand dit weet. Deze kat kan het recessieve gen doorgeven aan vele nakomelingen, ook weer zonder dat dit bekend wordt, zolang de kat maar gekruist wordt met een kat die geen drager is (en natuurlijk ook geen lijder aan de ziekte is). Het gezonde gen van de ene ouder zorgt ervoor dat het kitten de ziekte niet krijgt. Aandoeningen die recessief vererven, zullen pas optreden op het moment dat de verspreiding van het gen in een populatie groot is, dus als er al veel dragers zijn. De kans dat twee dragers met elkaar gepaard worden, is dan namelijk ook groot. Met het aantal importen dat er plaatsvindt in Nederland is het onwaarschijnlijk dat het gen voor SMA niet in Nederland voorkomt. Met de nu ontwikkelde DNA-test kan vastgesteld worden of een kat drager is van dit gen en kunnen maatregelen getroffen worden om kittens met SMA te voorkomen. Dit betekent dat we nu de kans hebben een belangrijke bijdrage te leveren aan het behoud van een gezond en fantastisch kattenras, de Maine Coon!
Bron: Rasclub Maine Coon

 

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 30/07/10                        Copyright © 2005/2010    Mira's Home                             Al l rights reserved. Privacy Policy